Btw-tarief van 6% naar 9%: wat moet ik weten?

Het lage btw-tarief is per 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Dit heeft gevolgen voor je administratie, prijzen en tarieven en de btw- en belastingaangifte.

Wanneer geldt het lage btw-tarief van 9%?

Het lage btw-tarief geldt alleen in uitzonderlijke gevallen. De overheid wil dat bepaalde producten en diensten voor zoveel mogelijk mensen betaalbaar zijn, zoals eten en drinken. Bij andere wil ze de aanschaf stimuleren. Het kabinet Rutte III heeft per 1 januari 2019 dit tarief verhoogd van 6% naar 9%. Kijk voor een uitgebreid overzicht van producten en diensten uit het lage btw-tarief, op deze pagina: Wanneer geldt het lage btw-tarief?

Wat zijn de gevolgen van deze btw-verhoging voor de verkoopprijzen?

De btw op offertes en facturen met betrekking tot 2019 dient per 1 januari 9% te zijn in plaats van 6%. Iedere ondernemer is verder vrij om te bepalen of hij deze btw-verhoging van 6% naar 9% ook daadwerkelijk doorrekent in zijn verkoopprijzen.

Bereken je de verhoging door in je prijzen, dan heeft dit met name gevolgen voor particulieren. Zij betalen de verkoopprijzen inclusief btw. De brutowinst blijft in dit geval gelijk – je rekent alleen de btw-verhoging door.

Bereken je de btw-verhoging niet door in de prijs, dan blijft de prijs dus gelijk. Het btw-deel gaat verplicht omhoog (van 6% naar 9%) en daarmee gaat dus de winstmarge omlaag. Dit levert wellicht concurrentievoordeel op.

Voor diensten of producten op de zakelijke markt heeft de btw-verhoging weinig consequenties. Ondernemers betalen dan wel een hogere verkoopprijs, maar kunnen de betaalde btw in mindering brengen op hun btw-aangifte. Of dit nu 6% of 9% is, maakt verder geen verschil. Ondernemers die geen btw kunnen aftrekken, merken dit verschil uiteraard wel.

Hoe verwerk je de verandering van het btw-tarief in je administratie?

Overal waar in je administratie het lage btw-tarief van 6% staat, moet je dit aanpassen naar 9%. In boekhoudprogramma’s gaat dit automatisch – zo niet, doe dit handmatig – maar ook het kassasysteem en de btw-administratie moet je veranderen.

Tip: Denk aan het terugvragen van de btw uit je OV-kosten

In het tarief voor openbaar vervoer zit het lage btw-tarief verwerkt en je hebt er als ondernemer recht op om dit btw-bedrag terug te vragen bij de btw-aangifte. Het staat niet gespecificeerd op je OV-chipkaart-overzicht, dus je zult de btw zelf uit het totaalbedrag moeten halen. Per 1 januari is dit 9% in plaats van 6%.

Welk btw-tarief valt in welk boekjaar?

Rond de jaarwisseling kan het lastig zijn om te bepalen welk btw-tarief (6% of 9%) geldt voor een dienst of product. Het moment waarop de btw is verschuldigd, bepaalt welk btw-tarief van toepassing is. Dat moment hangt af van het stelsel dat je toepast voor de btw-administratie.

Kasstelsel
Het kasstelsel is van toepassing op ondernemers die voornamelijk aan particulieren leveren. Je berekent de btw op basis van je kas- en bankadministratie. Het moment waarop de btw is verschuldigd, is bepalend voor het btw-tarief. Je berekent dus de btw over de inkomsten die in het tijdvak waarover je aangifte doet, daadwerkelijk zijn bijgeboekt of ontvangen.

  • 2018 = 6% btw
  • 2019 = 9% btw

Factuurstelsel
Het factuurstelsel is van toepassing op ondernemers die goederen of diensten leveren aan ondernemers. Dan bepaalt het tijdstip waarop je de factuur verstuurt of uiterlijk had moeten versturen (voor de 15e dag volgend op de maand waarin de prestatie is verricht), welk btw-tarief geldt. De Belastingdienst heeft een simpel voorbeeld:

Je leverde op 28 december 2018 goederen aan een andere ondernemer. Je verstuurt hiervoor de factuur op 5 januari 2019. Dit moment bepaalt welk btw-tarief geldt. In dit geval het btw-tarief van 2019 (9%).

Er zijn verder altijd nog een aantal uitzonderingen. De Belastingdienst heeft deze overzichtelijk onder elkaar gezet.

Het kabinet belast ondernemers niet met extra administratieve lasten bij de verhoging van het lage btw-tarief. Daarom zal de Belastingdienst niet gaan naheffen op in 2018 betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden.

Dus lever je goederen of diensten in 2019, maar heeft de klant al in 2018 betaald? Dan blijft hiervoor het btw-tarief van 6% gelden. Je hoeft hierover geen correctie door te voeren.

Bron: ikgastarten

< terug naar nieuwsoverzicht